Naar de inhoud
Zorg Voor Digitaal is de zorgspecialisatie van Studio 27+32 478 71 29 31wout@zorgvoordigitaal.be
Twee vrouwen geven elkaar een hand tussen de bezoekers in de wandelgangen van een congres

Scherpstellen

Zorgmarketing in België: waar begin je als arts

Wat zorgmarketing wel en niet is, wat artikel 37 toelaat, welke kanalen werken en in welke volgorde je best begint. Een overzicht voor artsen en praktijken.

dr. Wout Goos · 11 april 2026 · 9 min lezen · bijgewerkt 8 augustus 2026

Deel 1 van 4

Wat het is en waarom het telt

Wat zorgmarketing precies is

Zorgmarketing is het uitleggen van wat je doet, voor wie je het doet, en hoe een traject bij jou verloopt. Het staat dichter bij patiënteneducatie dan bij reclame.

Dat onderscheid is niet cosmetisch. Alles wat naar aanprijzen neigt, is voor een arts verboden. Wat overblijft, blijkt in de praktijk ook het best te werken. Een pagina die een aandoening goed uitlegt, wordt gevonden en bouwt tegelijk vertrouwen op.

Zorgmarketing verschilt op nog een punt van gewone marketing. Je communiceert over gezondheid en niet over een product. Je lezer is ongerust in plaats van nieuwsgierig, en Google beoordeelt gezondheidsinhoud strenger dan andere onderwerpen.

Waarom klassieke marketing niet werkt voor artsen

Een arts is geen product en een ziekenhuisdienst is geen webshop. Toch krijgen zorgverleners vaak dezelfde aanpak voorgeschoteld als een lokale aannemer. Dat loopt om drie redenen mis.

Vertrouwen gaat voor zichtbaarheid. Een patiënt kiest niet de arts met de mooiste website. Hij kiest wie hij vertrouwt, en dat vertrouwen bouw je op door uit te leggen, niet door te roepen.

De deontologie sluit de halve gereedschapskist af. Wat in Nederland gewoon is, botst hier met de regels. Vergelijkende reclame, superlatieven en wervende campagnes zijn voor een Belgische arts geen optie. Je tarieven en je conventiestatus vermelden mag wel, en dat is ook nuttig.

De patiënt zoekt lang voor hij belt. Iemand met een knieklacht googelt eerst zijn symptomen, leest daarna over behandelingen, en bekijkt pas op het einde welke arts dat doet. Wie enkel bij die laatste stap zichtbaar is, mist het grootste deel van de reis.

Waarom het ertoe doet

Je ziet je patiënt ongeveer een kwartier. De rest van zijn traject legt hij zonder jou af.

Onderzoek toont dat 40 tot 80% van wat een zorgverlener vertelt meteen vergeten wordt. Van wat de patiënt wél onthoudt, klopt ongeveer de helft niet. Dat ligt niet aan onwil. Gezondheidsvaardigheden hangen af van de omstandigheden, en onder stress nemen ze af.

Iedereen is in een spreekkamer dus tijdelijk laaggeletterd, ook de hoogopgeleide patiënt.

Wat je patiënt daarna online vindt, bepaalt hoe hij terugkomt. De vraag is niet of hij gaat zoeken. De vraag is of hij jouw uitleg vindt, of die van een forum.

Oudere vrouw met rollator wordt door twee lachende zorgverleners door de gang begeleid

Deel 2 van 4

Wat het kader toelaat

Wat artikel 37 toelaat en verbiedt

Artikel 37 zegt uitdrukkelijk dat een arts zijn activiteit kenbaar mag maken. De Orde noemt goede publieksinformatie zelfs belangrijk voor de volksgezondheid. De perceptie bij artsen is strenger dan de regel zelf.

Wat verboden is, is wel duidelijk:

  • wervende publiciteit en het ronselen van patiënten;
  • patiëntgetuigenissen publiceren, ook in video;
  • vergelijken met collega’s, inclusief honoraria;
  • aanzetten tot onnodige onderzoeken of behandelingen.

Wat toegelaten is, is ruimer dan de meeste artsen denken:

  • uitleg over aandoeningen, onderzoeken en behandelingen;
  • informatie over de voorbereiding op een ingreep en het herstel erna;
  • praktische informatie over je praktijk, je uren en je locaties;
  • je eigen achtergrond, opleiding en subspecialisatie.

De Orde legt daarbij zeven criteria op. Praktijkinformatie moet waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet, duidelijk en wetenschappelijk onderbouwd zijn.

Twee regels van het RIZIV komen erbovenop. Je mag nooit “gratis” vermelden bij een verstrekking. En je mag in je publiciteit niet verwijzen naar terugbetaling of tegemoetkoming van de ziekteverzekering.

Voor esthetische geneeskunde gelden strengere regels. Twijfel je over een concrete formulering, dan is de Orde de juiste bron en niet je marketingbureau. Voorafgaand advies vragen kan, en dat kost je niets.

Waarom de deontologie eerder een gracht is dan een rem

Bekijk het kader eens commercieel in plaats van defensief. Wat voor jou verboden is, zijn getuigenissen en superlatieven. Dat is precies waar generieke bureaus standaard naar grijpen.

Wie binnen de regels sterke informatie maakt, heeft dus een voorsprong die een gewoon bureau niet kan kopiëren.

Eén ding blijft wel jouw verantwoordelijkheid. Je bent aanspreekbaar op wat een bureau in jouw naam publiceert, en je hoort je te verzetten tegen publiciteit die de regels schendt.

Het reviewvraagstuk, eerlijk bekeken

Reviews zijn het lastigste hoofdstuk van zorgmarketing in België, en de meeste gidsen gaan er te vlot overheen.

Een getuigenis die jou ophemelt, hoort niet op je site. Ook niet in video. Een patiënt in beeld kan wel onder voorwaarden, met volledige informatie en vrije toestemming. Dan gaat het over de zorg en niet over hoe goed jij bent.

Je patiënten aansporen om je te beoordelen, is geen grijze zone. De Orde is daar expliciet over: een arts moedigt zijn patiënten daar niet toe aan. Reageren op wat er staat, mag wel. Doe dat professioneel en algemeen, zonder ooit te bevestigen of te ontkennen dat iemand je patiënt is.

Nederlands advies over zorgmarketing beveelt ervaringsverhalen net aan. Dat klakkeloos overnemen is hier een deontologische fout.

De praktische conclusie: reken niet op reviews als motor van je zichtbaarheid. Bouw je vertrouwen op via inhoud die je zelf beheert.

Deel 3 van 4

Waar je begint en wat werkt

In welke volgorde je best werkt

Er is geen verplichte route, maar er is er wel een die minder geld kost.

  1. Scherpstellen. Wie wil je bereiken, en met welke woorden zoekt die persoon? Patiënten typen zelden de vakterm. Jij schrijft gonartrose, je patiënt typt versleten knie.
  2. Bouwen. Een site die technisch in orde is en waarvan de structuur uit die zoekvraag volgt.
  3. Invullen. Inhoud per aandoening, zodat je gevonden wordt op wat je doet in plaats van enkel op je naam.
  4. Activeren. Opvolging, want zoekmachines herwegen constant en wie stilstaat zakt weg.

Je kan met één stap starten. Wat je beter niet doet, is stap drie nemen op een site die stap twee niet doorstaat.

Op deze site

Welke kanalen werken, en welke minder

Je website met inhoud per aandoening. Dit is het fundament en het rendeert het langst. Elke aandoeningspagina beantwoordt een concrete zoekvraag. Samen maken ze duidelijk waar je praktijk over gaat.

Vindbaarheid die op zorg is afgestemd. Je inhoud moet geschreven of nagelezen zijn door iemand met medische expertise, en die auteur moet controleerbaar zijn. Een pagina zonder genoemde auteur en zonder bronnen geeft een zwak vertrouwenssignaal.

Je Google Bedrijfsprofiel. De goedkoopste ingreep die er is, en zelden volledig ingevuld. De primaire categorie weegt hier het zwaarst, want die bepaalt voor welke zoekopdrachten je verschijnt. Adres, uren, specialismes en foto’s horen identiek te zijn aan wat op je site staat.

Antwoordmachines. AI-antwoorden verschijnen bij een groot deel van de gezondheidsvragen. Geciteerd worden wordt daarmee een tweede manier om gevonden te worden. Trucs bestaan er niet voor: een vraag als tussenkop, een kort antwoord eronder en een genoemde auteur doen het werk.

Video. Onderzoek toont dat wie moeite heeft met gezondheidsinformatie liever een gesproken video bekijkt. Vlotte lezers verliezen er niets bij. Een arts die een ingreep toelicht, verlaagt de drempel meer dan een pagina tekst.

Sociale media. Nuttig voor je profiel bij collega’s en om vacatures onder de aandacht te brengen. Zet het niet vooraan als je uren beperkt zijn.

Advertenties. Een advertentie stopt met werken op de dag dat je stopt met betalen. Een aandoeningspagina blijft bezoekers aantrekken zolang je ze bijhoudt. Voor de meeste praktijken is inhoud de betere investering.

Op deze site

Twee cameramensen in operatiekledij filmen met een gimbal in een zorgomgeving

Benieuwd welk kanaal bij jou het meeste oplevert?

Deel 4 van 4

Wat het van jouw praktijk vraagt

Waarom je aanpak verschilt per doelgroep

Zorgmarketing ziet er anders uit voor een solo-arts dan voor een ziekenhuis. Het fundament is hetzelfde, de dosering niet.

Een solopraktijk heeft geen ingebouwde autoriteit. Jij bent het merk, dus jouw naam, opleiding en manier van werken dragen het verhaal. De winst zit in lokale vindbaarheid en in een handvol aandoeningen die je echt uitwerkt.

Een associatie heeft een ander probleem: doorverwijzen binnen de groep. Wie doet welke ingreep, en hoe raakt een patiënt bij de juiste arts? Elke arts een eigen profiel geven in hetzelfde sjabloon, voorkomt dat de site uiteenvalt in losse eilandjes. Een aparte ingang voor verwijzende huisartsen ontbreekt hier vaak, en dat is een van de scherpste kansen.

Een ziekenhuis of vereniging draagt meerdere reizen tegelijk: patiënt, familie, verwijzer en sollicitant. Hier gaat het minder over zichtbaar worden en meer over navigeren binnen een grote site. Bij een openbaar ziekenhuis is toegankelijkheid bovendien geen goede gewoonte maar een wettelijke plicht.

Op deze site

Vier artsen en verpleegkundigen in witte jas in de gang van hun dienst

Wat je zelf kan doen deze week

Zoek je eigen praktijk op zoals een patiënt dat zou doen. Op een klacht plus je gemeente, niet op je naam. Wat je dan vindt, is wat je patiënt vindt.

Kijk daarna of je adres en telefoonnummer op je site staan buiten het contactformulier. Wie twijfelt, wil kunnen bellen zonder eerst een formulier in te vullen.

Controleer tot slot of je conventiestatus vermeld staat. Je patiënt hoort te weten of je geconventioneerd bent voor hij op consult komt.

Wat de investering bepaalt

Zorgmarketing is een uitgave die pas over maanden rendeert, en dat hoort gezegd te worden. Wie na een paar weken resultaat verwacht, kiest beter iets anders.

De omvang van de investering hangt af van vijf zaken:

  • je vertrekpositie, dus wat er vandaag al staat;
  • het aantal artsen dat zichtbaar moet worden;
  • het aantal aandoeningen dat je uitwerkt;
  • of er nog beeldmateriaal gemaakt moet worden;
  • of je één taal bedient of twee.

Wat dat voor jouw praktijk betekent, bespreken we liever in een gesprek dan in een tabel.

Waar het misloopt

Vier fouten komen het vaakst terug.

De eerste is een mooie site zonder inhoud. Design lost geen vindbaarheidsprobleem op. Je wordt dan gevonden op je naam, door mensen die je al kennen.

De tweede is Nederlands advies letterlijk toepassen. De sector lijkt op elkaar, de regels niet.

De derde is alles tegelijk willen doen. Twee aandoeningen goed uitgewerkt, doen meer dan tien half afgewerkte pagina’s.

De vierde is de inhoud volledig uitbesteden zonder ze na te lezen. Een tekst die medisch net niet klopt, schaadt je meer dan geen tekst. Je naam staat eronder, en dat is precies wat een patiënt en een zoekmachine controleren.

Veelgestelde vragen

Mag ik als arts aan marketing doen?

Ja, informeren over je praktijk en over aandoeningen is uitdrukkelijk toegelaten. Artikel 37 zegt dat je je activiteit kenbaar mag maken. Wervende publiciteit, patiëntgetuigenissen en vergelijking met collega’s blijven verboden.

Wat is het verschil met gewone marketing?

Zorgmarketing informeert, gewone marketing verkoopt. Daar komt bij dat de deontologie de helft van het instrumentarium afsluit. Google beoordeelt gezondheidsinhoud bovendien strenger dan andere onderwerpen.

Hoe lang duurt het voor ik iets merk?

Reken in maanden en niet in weken. Technische verbeteringen en posities op heel specifieke zoekopdrachten komen sneller. Wie na een paar weken stopt, ziet niets.

Mag ik mijn patiënten om een review vragen?

Nee. De Orde vraagt uitdrukkelijk dat een arts zijn patiënten niet aanmoedigt om hem op zulke platformen te beoordelen. Reviews die iemand spontaan achterlaat, staan buiten je site en buiten je controle.

Kan ik dit zelf doen of heb ik een bureau nodig?

Je Google Bedrijfsprofiel invullen en je praktische informatie bijhouden doe je zelf. Voor inhoud die aan de kwaliteitseisen voldoet en voor de technische basis heb je meestal hulp nodig.

Moet ik zelf in beeld komen?

Video is nooit verplicht, maar een arts die zelf uitlegt verlaagt de drempel het sterkst. Een patiënt die je heeft horen praten, kent je al voor hij binnenkomt. Wil je dat niet, dan zijn geschreven zorgpaden een volwaardig alternatief.

Waaraan herken ik een bureau dat de zorg begrijpt?

Aan de vragen die het stelt over de deontologie, voor het zijn portfolio toont. Vraag ook wie eigenaar wordt van je teksten en van je domeinnaam.

Portret van dr. Wout Goos

Over de auteur

Wout is arts-specialist in opleiding orthopedische chirurgie in UZ Leuven, en oprichter van Zorg Voor Digitaal. Hier schrijft hij voor collega's over online zichtbaarheid. Dezelfde regels gelden voor zijn eigen naam, dus hij weet waar ze knellen.

Nagelezen op 8 augustus 2026

Meer over Wout

Zelf aan de slag met je zichtbaarheid

Een gesprek van twintig minuten volstaat om te weten waar bij jou de winst zit.