Naar de inhoud
Zorg Voor Digitaal is de zorgspecialisatie van Studio 27+32 478 71 29 31wout@zorgvoordigitaal.be
Twee chirurgen in steriele helmpakken aan de operatietafel onder de operatielampen

Scherpstellen

Een zorgmarketingbureau kiezen: tien vragen

Tien vragen die je stelt voor je met een marketingbureau in zee gaat. Over deontologie, eigenaarschap van je teksten, privacy en wat er na de oplevering volgt.

dr. Wout Goos · 11 april 2026 · 9 min lezen · bijgewerkt 8 augustus 2026

Deel 1 van 4

Het kader waarin je bureau werkt

Even transparant: wij zijn zelf zo’n bureau. Deze vragen zijn dus niet neutraal bedoeld, ze zijn wel eerlijk. Stel ze ook aan ons.

Waarom een gewoon bureau hier vastloopt

Een zorgmarketingbureau is een bureau dat naast marketing ook het medische kader kent waarin een arts moet communiceren. Dat kader bestaat uit drie lagen, en een generiek bureau werkt zelden met alle drie.

De eerste laag is de deontologie. Artikel 37 van de Code van medische deontologie laat toe dat je informeert, maar verbiedt aanprijzen. Precies de technieken waar een gewoon bureau standaard naar grijpt, zijn hier verboden.

De tweede laag is de privacywetgeving. Gezondheidsgegevens vallen onder een bijzondere categorie van de AVG, wat gevolgen heeft voor je formulieren, je statistieken en je afsprakentool.

De derde laag is de zoekkwaliteit. Google beoordeelt gezondheidsinhoud strenger dan andere onderwerpen, en verwacht een verifieerbare medische auteur.

Er is nog iets belangrijkers. Jij blijft als arts verantwoordelijk voor wat een bureau in jouw naam publiceert. Gaat het mis, dan is het jouw dossier bij de provinciale raad, niet dat van je leverancier.

Deel 2 van 4

De tien vragen

  1. Wat mag ik als arts niet zeggen op mijn website?

    Een bureau dat hierop geen concreet antwoord heeft, gaat je in de problemen brengen.

    Het goede antwoord verwijst naar artikel 37 en noemt de verboden: wervende publiciteit, patiëntgetuigenissen, vergelijking met collega’s en superlatieven. Een sterker antwoord noemt ook de zeven criteria waaraan praktijkinformatie moet voldoen.

    Vraag ook door op de tariefregels. Je mag nooit “gratis” vermelden bij een verstrekking, en verwijzen naar terugbetaling in je publiciteit mag evenmin. Je conventiestatus vermelden hoort dan weer wel.

    Krijg je als antwoord dat patiëntreviews wel goed zouden werken, weet dan dat jij daarmee in overtreding gaat. Niet het bureau.

  2. Wie schrijft de medische inhoud, en wie tekent ze af?

    Het bureau mag schrijven. Jij hoort af te tekenen.

    Vraag hoe dat proces verloopt en hoeveel tijd het je kost. Een bureau dat je een leeg sjabloon met vragen stuurt, verschuift het werk naar jou. Een bureau dat een eerste versie levert die jij corrigeert, doet het omgekeerde. Corrigeren gaat sneller dan bedenken.

    Vraag ook of je naam onder de medische teksten komt, met je specialisme en je RIZIV-nummer. Dat hoort zo, met daarbij de datum waarop je de tekst hebt nagelezen. Het is tegelijk je bewijs van correctheid en een signaal waarop zoekmachines wegen.

  3. Van wie zijn de teksten, foto’s en domeinnaam achteraf?

    Van jou, hoort het antwoord te zijn. Dit lijkt een overbodige vraag tot je van bureau wil wisselen.

    Vraag ook wie de toegang beheert tot je domeinnaam, je hosting en je analysegegevens. Staat dat allemaal op naam van het bureau, dan ben je minder vrij dan je denkt. Vraag het na op papier, niet mondeling.

  4. Zit de vindbaarheidsbasis in de prijs of komt die erbij?

    De basis hoort erin te zitten: titels, beschrijvingen, gestructureerde data, sitemap en de omleidingen van je oude pagina’s.

    Wordt dat als apart pakket verkocht, dan bouw je een site waarvan de structuur niet uit je zoekvraag volgt. Dat achteraf rechtzetten kost meer dan het meteen goed doen.

    Vraag ook hoe ze je pagina’s opbouwen voor antwoordmachines. Een vraag als tussenkop, met er meteen onder een kort en volledig antwoord, werkt daar het best.

    Let op één detail bij gestructureerde data. Het veld voor je specialisme werkt met vaste waarden, geen vrije tekst. Een bureau dat daar zomaar “orthopedie” invult, levert code die niet valideert.

  5. Wat gebeurt er met mijn huidige posities bij de omschakeling?

    Het goede antwoord gaat over een omleiding van elke bestaande pagina naar de nieuwe, geprioriteerd op de pagina’s die vandaag bezoekers opleveren.

    Krijg je hier een vaag antwoord, dan is de kans reëel dat je na de livegang zichtbaarheid verliest die je jaren hebt opgebouwd. Dat is achteraf moeilijk te herstellen.

    Vraag welke pagina’s vandaag het meest opleveren. Kan een bureau dat niet beantwoorden, dan heeft het je huidige site niet bekeken.

  6. Hoe gaan jullie om met patiëntgegevens en formulieren?

    Gezondheidsgegevens zijn onder de AVG een bijzondere categorie. Verwerken mag in principe niet, tenzij er een uitzondering geldt zoals uitdrukkelijke toestemming.

    Het goede antwoord houdt je contactformulier bewust arm: naam, contactgegevens en de reden in algemene termen. Een bureau dat een veld voorstelt waarin patiënten hun klachten beschrijven, laat je gezondheidsgegevens verwerken via een gewoon formulier.

    Vraag ook naar de verwerkersovereenkomst. Zodra een bureau of een tool namens jou gegevens verwerkt, is die verplicht. Die verplichting dekt je hosting, je formulieren, je statistieken en je afsprakentool. Vraag er meteen bij waar je gegevens staan, want Europese hosting is hier de veilige keuze.

    En vraag naar de cookiebanner. Analytische cookies vragen toestemming, met een weiger-knop op de eerste laag. Marketingpixels liggen op een artsensite extra gevoelig, want profileren buiten het medeweten van je bezoeker mag niet.

  7. Bouwen jullie toegankelijk?

    Toegankelijkheid is voor een private praktijk vandaag meestal geen wettelijke plicht. Voor een openbaar ziekenhuis is niveau AA dat wel, samen met een toegankelijkheidsverklaring.

    Toch is dit een goede toetsvraag. Een bureau dat toegankelijk bouwt, levert vanzelf betere techniek: semantische code, voldoende contrast, alt-teksten en werkbare formulieren. Dat overlapt sterk met vindbaarheid.

    Let op één antwoord: stelt een bureau voor om een toegankelijkheidswidget over je site te leggen, dan lost dat niets op. Echte conformiteit vraagt aanpassingen in de code zelf.

  8. Hoeveel tijd kost dit mij als arts?

    Dit is de vraag die artsen te weinig stellen, en het is meestal de reden dat projecten stilvallen.

    Een eerlijk antwoord is concreet, in uren of in minuten per pagina. Vraag wanneer je nodig bent, hoe vaak, en wat er gebeurt als je een week niet reageert. Een bureau dat hier vaag over blijft, heeft het traject niet doordacht.

    Vraag ook hoeveel leesrondes er per tekst gepland staan. Zit jouw werk vooral in nalezen en niet in bedenken, dan klopt de verdeling.

  9. Wat gebeurt er na de oplevering?

    Vraag concreet wie de techniek bijhoudt, wie inhoud toevoegt, en wat dat kost.

    Een site zonder opvolging verliest gaandeweg terrein. Verouderde inhoud is voor een zoekmachine een zwak signaal, en voor je patiënt een reden om te twijfelen.

    Dat hoeft geen duur contract te worden, maar er moet een antwoord zijn. Vraag ook wat je zelf kan aanpassen zonder hulp. Uren, teksten en een nieuwe arts horen daarbij.

  10. Waarop meten we of dit werkt?

    Een goed bureau spreekt vooraf af waarop het afgerekend wordt.

    Bruikbare maatstaven zijn het aantal bezoekers dat binnenkomt op een aandoening, het aantal aanvragen, en de vragen die je secretariaat níet meer krijgt. Bezoekersaantallen alleen zeggen weinig. In Search Console zie je ondertussen ook of je in AI-antwoorden opduikt.

    Vraag ook wanneer je iets mag verwachten, en waarop dat antwoord steunt. Wie je op korte termijn resultaat garandeert, verkoopt je iets anders.

Deel 3 van 4

Wat geen bewijs is

Drie dingen die geen goede maatstaf zijn

Een mooi portfolio. Design is het makkelijkste deel van het werk. De vraag is of die mooie sites ook gevonden worden. Zoek er zelf een paar op, op een aandoening in plaats van op de praktijknaam.

De laagste prijs. Een sjabloonsite is altijd goedkoper. Of dat volstaat, hangt af van wat je ermee wil. Wie enkel een digitaal naambordje nodig heeft, hoeft daar niet meer aan uit te geven.

De grootte van het bureau. De omvang zegt niets over wie er effectief aan jouw dossier werkt. Vraag naar de namen, en naar wat zij al voor artsen gedaan hebben.

Fragment uit een zoekwoordenanalyse voor een klant, met zoekvolumes per categorie en de grootste contentkans

Benieuwd hoe je eigen site het vandaag doet?

Zes rode vlaggen in een eerste gesprek

Sommige antwoorden zijn op zichzelf al genoeg om af te haken.

“Reviews van patiënten werken hier heel goed.” Een arts mag zijn patiënten niet aanmoedigen om hem te beoordelen. Het bureau kent het dossier niet.

“Wij garanderen positie één in Google.” Niemand kan dat garanderen. Wie het belooft, verkoopt je zekerheid die niet bestaat.

“De teksten schrijven we met AI, dat gaat snel.” Snelheid is niet het probleem. De vraag is wie ze nakijkt en wiens naam eronder komt.

“Dat regelen we later wel.” Gevraagd naar omleidingen, eigenaarschap of de verwerkersovereenkomst is dit het verkeerde antwoord. Later betekent nooit.

“Wij werken al voor tandartsen, dus de zorg kennen we.” Ervaring met één discipline is nog geen kennis van de regels. Vraag door tot je een concreet voorbeeld hoort van iets dat ze bewust niet gedaan hebben.

Een offerte zonder inhoudelijke vragen. Wie een prijs geeft zonder te vragen welke ingrepen je doet en waar je patiënten vandaan komen, verkoopt je een sjabloon.

Deel 4 van 4

Kiezen en bijsturen

Waaraan je een bureau herkent dat het wel begrijpt

Het stelt vragen over je patiënten voor het over design begint. Het vraagt welke ingrepen je doet, welke vragen je secretariaat krijgt, en waar patiënten vandaan komen.

Het brengt de deontologie zelf ter sprake, in plaats van te wachten tot jij erover begint. En het durft nee zeggen tegen een idee dat goed verkoopt maar niet mag.

Het is ook eerlijk over volgorde. Een bureau dat voorstelt om te beginnen bij één ding in plaats van bij alles, denkt aan je budget.

Wout Goos in gesprek met dr. Inge Wouters aan de vergadertafel

Wat als je al vastzit bij een bureau

Begin met inventariseren wat van jou is. Domeinnaam, hosting, teksten, foto’s en toegang tot je statistieken. Ontbreekt daar iets, vraag het dan schriftelijk op voor je iets anders onderneemt.

Laat daarna je site doorlichten op techniek, inhoud, vindbaarheid en deontologie. Vaak blijkt de structuur bruikbaar en is de inhoud het probleem. Herbouwen is niet altijd het antwoord, en een goed bureau zegt je dat ook.

Veelgestelde vragen

Moet een bureau ervaring hebben in de zorg?

Ervaring in de zorg is geen vereiste, maar ze scheelt veel uitleg en veel risico. Zonder die ervaring bewaak je zelf de deontologische grens, en dat is werk dat er voor jou bij komt.

Kan ik het niet gewoon zelf doen?

Je contactgegevens, je Google Bedrijfsprofiel en je teksten over aandoeningen kan je als arts zelf beheren. Voor de technische basis en de structuur van je site heb je meestal hulp nodig.

Wie is verantwoordelijk als een bureau de regels overtreedt?

De arts blijft verantwoordelijk voor wat een bureau in zijn naam publiceert. Je hoort je zelfs te verzetten tegen publiciteit door derden die de regels schendt.

Wat kost een goed bureau?

Dat hangt af van de omvang van je praktijk en van wat er vandaag al staat. Bedragen op een website zeggen weinig, want ze rekenen zelden hetzelfde mee. Vraag een gesprek aan en leg de offertes naast elkaar op inhoud.

Hoe vergelijk ik twee offertes die er anders uitzien?

Vergelijk op vier punten, niet op de eindsom. Wat wordt er precies geleverd, wie schrijft de inhoud, wat kan je zelf aanpassen, en wat gebeurt er na de oplevering? Zonder die vier punten zijn twee prijzen niet vergelijkbaar.

Waar begin ik als ik nog helemaal niets heb?

Bij de vraag welke patiënt je wil bereiken, en waarvoor. Pas daarna beslis je over een domeinnaam, een website en de inhoud die erop komt.

Portret van dr. Wout Goos

Over de auteur

Wout is arts-specialist in opleiding orthopedische chirurgie in UZ Leuven, en oprichter van Zorg Voor Digitaal. Hier schrijft hij voor collega's over online zichtbaarheid. Dezelfde regels gelden voor zijn eigen naam, dus hij weet waar ze knellen.

Nagelezen op 8 augustus 2026

Meer over Wout

Zelf aan de slag met je zichtbaarheid

Een gesprek van twintig minuten volstaat om te weten waar bij jou de winst zit.