Naar de inhoud
Zorg Voor Digitaal is de zorgspecialisatie van Studio 27+32 478 71 29 31wout@zorgvoordigitaal.be
Twee behandelaars in operatiekledij bij een patiënt in een behandelstoel

Scherpstellen

Ik start een praktijk: dit regel je digitaal

Wat je regelt voor je opengaat, en welke zes pagina's je site nodig heeft. Plus drie adviezen uit gewone startersgidsen die een arts in België niet mag volgen.

dr. Wout Goos · 30 juli 2026 · 12 min lezen · bijgewerkt 8 augustus 2026

Deel 1 van 5

Voor je opent

De meeste startende praktijken beginnen bij het logo en eindigen bij de vraag wie er eigenlijk moet komen. Draai dat om.

Je eerste beslissing gaat over wie je wil bereiken en waarvoor. Een huisarts in een landelijke gemeente heeft een ander probleem dan een dermatoloog die zich in de stad vestigt. De eerste moet gevonden worden op zijn gemeente, de tweede op zijn behandelingen.

Dat antwoord bepaalt je domeinnaam, je pagina’s en waar je je geld aan uitgeeft. Alles wat je bouwt voor je die vraag beantwoord hebt, bouw je twee keer.

Denk daarbij aan drie lezers en niet aan één. De patiënt zelf, de partner of het kind dat meezoekt, en de huisarts die naar je doorverwijst. Die drie zoeken andere dingen op dezelfde pagina.

Je naam, je domein en je papieren

Kies een naam die uitspreekbaar is aan de telefoon, en neem meteen de voor de hand liggende schrijfwijzen mee.

Registreer het domein op naam van jezelf of van je praktijk. Niet op naam van je bureau, niet op naam van je hostingpartij. Dit lijkt een detail tot je wil verhuizen, en dan bepaalt de eigenaar of dat vlot gaat.

Daarnaast je administratieve basis: je RIZIV-nummer, je ondernemingsnummer, je verzekering en je beslissing over de conventie. Dat laatste is geen bijzaak voor je communicatie. Je patiënt hoort te weten of je geconventioneerd bent, en je site is daar de logische plek voor.

Eén papier dat starters vergeten: zodra een bureau, een formulier of een afsprakentool namens jou gegevens verwerkt, heb je een verwerkersovereenkomst nodig. Vraag er ook naar waar je gegevens staan, want Europese hosting is bij gezondheidsgegevens de veilige keuze.

Je huisstijl, en de test die niemand doet

Logo, kleuren en lettertype. Laat je kleuren toetsen op schermcontrast voor je ze vastlegt. Zachte pastelkleuren doen het mooi op papier en halen digitaal vaak de verhouding van 4,5 op 1 niet.

Dat is geen wettelijke plicht voor een private praktijk, maar wel de goedkoopste kwaliteitswinst die er is. Achteraf rechtzetten betekent je hele huisstijl herzien.

Neem meteen de rest van de toegankelijkheid mee. Alt-teksten bij je beelden, ondertitels of een transcript bij video, bediening met het toetsenbord, en knoppen die groot genoeg zijn voor een duim. Vanaf de start kost dat niets. Een overlay-widget die het achteraf zou oplossen, bestaat niet.

Deel 2 van 5

De site waarmee je opent

De zes pagina’s waarmee je opent

Je hebt bij de start minder pagina’s nodig dan je denkt. Deze volstaan:

  1. Een startpagina die zegt wie je bent, wat je doet en waar je zit.
  2. Een afspraakpagina met je online agenda, je telefoonnummer als alternatief, en wat iemand moet doen bij spoed.
  3. Een pagina over jou, met opleiding, erkenning, subspecialisatie, je RIZIV-nummer, een foto en de talen die je spreekt.
  4. Praktische informatie: adres, raadplegingsmomenten, bereikbaarheid buiten de uren, de wachtdienst en parkeren.
  5. Tarieven en terugbetaling, met je conventiestatus en wat iemand moet meebrengen.
  6. Drie tot vijf aandoeningspagina’s, over wat je het vaakst gaat zien.

Die tweede en die vijfde worden het vaakst vergeten. Net zij beantwoorden de twee vragen waarmee de meeste bezoekers komen: hoe raak ik binnen, en wat gaat dit kosten.

Werk je op meerdere adressen, geef elke vestiging dan een eigen pagina met eigen gegevens, route en parkeerinfo. Anders verdeel je je lokale vindbaarheid over niets.

Let op je contactformulier. Een veld dat uitnodigt om klachten te beschrijven, verwerkt al gezondheidsgegevens, en die vallen onder een bijzondere categorie van de privacywetgeving. Houd het arm: naam, contactgegevens en de reden in algemene termen.

Een lege onthaalbalie in lichte tinten, met beeldschermen erachter en een trap op de achtergrond

Waarom je aandoeningspagina’s meer doen dan gevonden worden

Van wat je in de spreekkamer vertelt, vergeet je patiënt een groot deel nog voor hij buiten staat. Van wat wel blijft hangen, onthoudt hij een stuk verkeerd. Dat ligt niet aan hem. Iedereen is in een spreekkamer tijdelijk laaggeletterd.

Daar zit de echte reden voor je aandoeningspagina’s. Ze zijn de plek waar je uitleg blijft staan nadat het gesprek voorbij is.

Eén goede pagina doet drie dingen tegelijk. Ze laat je vinden door iemand die je naam niet kent. Ze wint vertrouwen voor het eerste consult. En ze vangt de vragen op die na de behandelingen komen.

Dat laatste stuk is in België het grootste gat. Wat is normaal in het herstel, wanneer moet ik ongerust zijn, wie bel ik dan. Nederland heeft daar een nationaal platform voor, wij niet. Elke praktijk vult dat gat zelf, of vult het niet.

Schrijf zoals je het uitlegt

Schrijf op het niveau waarop je het aan de balie zou zeggen. Begrijpelijke taal wordt door alle opleidingsniveaus gewaardeerd, ook door de professor die bij je op consult komt. Niemand ervaart het als kinderachtig.

Zet het belangrijkste bovenaan en werk in lagen. Wie snel wil weten of hij moet bellen, hoeft niet eerst drie alinea’s anatomie door.

Zet je informatie in echte webpagina’s en niet in een pdf. Een pdf leest slecht op een telefoon en wordt nauwelijks gevonden. Ga er trouwens van uit dat je bezoeker op zijn telefoon kijkt, want dat is ook de versie waarop Google je beoordeelt.

Wil je dat een antwoordmachine je citeert, dan helpt een vaste vorm. Zet de vraag als tussenkop en geef er meteen onder een kort en volledig antwoord. Zet de kerninhoud in de pagina zelf en niet in iets dat pas na het laden verschijnt. En zet er een datum bij die je bijwerkt.

Beeld van je eigen praktijk

Het sterkste vertrouwenssignaal op een artsensite ben jij. Een pagina over de arts zonder foto is de plek waar bezoekers het vaakst afhaken. Een stockfoto van een model in een witte jas vult dat gat niet.

Plan één fotomoment zodra je ruimte af is, en laat drie dingen vastleggen: jezelf, je wachtzaal en je praktijkruimte. Iemand die vooraf ziet waar hij binnenkomt, stapt rustiger binnen.

Video is geen luxe, maar wel een kwestie van capaciteit. Als je start met beperkte tijd, komt film na je opening. Doe je het wel, begin dan met jezelf die één ingreep of één onderzoek uitlegt, en voorzie ondertitels of een transcript.

Let op het gewicht van je beeld. Zware praktijkfoto’s maken je site traag, en traag kost je zowel bezoekers als posities.

Twee behandelaars in grijze praktijkkledij bij het logo aan de muur, met een bouwwerf achter het raam

Deel 3 van 5

Gevonden worden

Je Google Bedrijfsprofiel

Dit is gratis, het is in één zitting geregeld, en het is de snelste zichtbaarheid die een startende praktijk kan krijgen.

Het belangrijkste veld is je primaire categorie. Die bepaalt letterlijk voor welke zoekopdrachten je verschijnt. Kies hem in de taal van je patiënt en niet in je eigen vakjargon. Kies hem ook bewust, want met een verkeerde categorie word je gewoon niet getoond.

Vul de rest volledig in: naam, adres, telefoonnummer, raadplegingsmomenten, je specialisme, de talen die je spreekt en een link naar je site. Zet er foto’s bij van je eigen praktijk. Zorg dat je gegevens exact overeenkomen met wat op je website staat.

Eén geruststelling voor wie niet op de beste hoek zit. Nabijheid weegt in de lokale resultaten steeds minder door. Een praktijk die haar aandoeningen goed uitlegt, gaat een dichterbij gelegen praktijk voorbij die dat niet doet.

Waar je nog vermeld staat

Je bent op meer plaatsen vindbaar dan je denkt, en die vermeldingen zijn vaak fout.

Werk je in of naast een ziekenhuis, vraag dan wie je profielpagina daar beheert. Begin er vroeg aan, want zo’n aanvraag gaat zelden snel. Die vermelding is meer waard dan een rechtzetting: een verwijzing vanaf een ziekenhuisdomein bouwt autoriteit op die je als starter nergens anders krijgt.

Kijk daarnaast je vermelding na bij je beroepsvereniging, bij een eventueel boekingsplatform en op de site van een associatie waar je aan verbonden bent. Overal moeten je naam, adres, telefoonnummer en raadplegingsmomenten identiek zijn.

Een boekingsplatform is trouwens geen concurrent van je site maar een aanvulling. Mensen vinden je er, en dat is winst. Je uitleg, je tarieven en je nazorg staan er alleen niet op, en je bezoeker ziet er meteen ook je collega’s.

Je verwijzers zoeken iets anders

Een startende specialist leeft de eerste jaren van verwijzingen. Toch is bijna elke praktijksite alleen op patiënten geschreven.

Een huisarts zoekt drie dingen: wie van jullie doet wat, hoe raakt hij snel bij jou, en hoort hij iets terug over zijn patiënt. Eén pagina die dat beantwoordt, met een rechtstreekse lijn en een woord over je terugkoppeling, is in België een verschil dat je bijna nergens ziet.

Benieuwd hoe je vandaag scoort op deze punten?

Deel 4 van 5

Wat hier niet mag

Eén regel stuurt alles

Informeren mag, aanprijzen en ronselen niet. Met die ene zin beslis je zelf over gevallen die geen enkele gids behandelt.

Wat feitelijk informeert, mag: je specialisme, je diploma’s, je RIZIV-nummer, je aanbod, je tarieven en wetenschappelijk onderbouwde uitleg over aandoeningen. Wat aanprijst of patiënten werft, mag niet.

De regels zijn ruimer dan de meeste starters denken. Een totaalverbod op praktijkinformatie bestaat niet meer, en de Orde noemt het informeren van het publiek zelfs van belang voor de volksgezondheid. De perceptie dat je beter zwijgt, kost artsen meer zichtbaarheid dan de regel zelf.

De beoordeling gebeurt wel geval per geval door je provinciale raad, en er is geen checklist die zekerheid geeft. Twijfel je over iets concreets, dan kan je vooraf advies vragen. Dat kost niets en het haalt het risico eruit.

Start je met esthetisch aanbod, dan geldt een strenger regime met een eigen wet. Daar blijft reclame grotendeels verboden. Ga er niet van uit dat wat elders mag, daar ook mag.

Drie adviezen die je overal leest en die hier niet mogen

Dit is het deel waar generieke startersgidsen de mist ingaan, ook Nederlandse.

“Moedig je patiënten aan om reviews achter te laten.” De Orde is hier expliciet. Een arts moedigt zijn patiënten niet aan om hem op zulke platformen te beoordelen, en dat is geen grijze zone. Reviews die iemand uit zichzelf plaatst, staan buiten je site en buiten je controle. Reageren mag wel, professioneel en algemeen, zonder ooit te bevestigen of te ontkennen dat iemand je patiënt is.

“Toon patiëntverhalen in je video’s en op sociale media.” Een getuigenis die jou ophemelt, mag niet, ook niet in bewegend beeld. Wat wel kan: uitleg over de aandoening, over de voorbereiding en over het herstel. En geanonimiseerde casuïstiek. Een patiënt in beeld kan onder voorwaarden, met volledige informatie en vrije toestemming. Dan gaat het wel over de zorg en niet over hoe goed jij bent.

“Zet overal je meetpixels op en bouw je publiek op.” Op een artsensite is dat niet enkel een privacyvraag maar ook een deontologische. Je bezoeker mag niet buiten zijn medeweten geprofileerd worden. Praktisch: een cookiebanner met een weigerknop even zichtbaar als de aanvaardknop, en terughoudend zijn met marketing- en remarketingpixels.

Er zit nog een verbod bij dat starters vaak niet kennen. Superlatieven en vergelijkende publiciteit mogen niet, ook niet met tarieven. Je mag nooit “gratis” vermelden bij een verstrekking, en je mag in je publiciteit niet verwijzen naar terugbetaling of tegemoetkoming van de ziekteverzekering.

Deel 5 van 5

Je eerste jaar

Wat je eerste maanden je beste onderzoek opleveren

Na drie maanden praktijkvoering weet je dingen die geen enkel vooronderzoek je kon vertellen.

Je weet welke klachten effectief binnenkomen, en dat wijkt vaak af van wat je verwachtte. Je weet welke vragen je secretariaat blijft krijgen, want die herhalen zich woordelijk. En je weet welke woorden je patiënten gebruiken, wat zelden de vakterm is.

Houd dat een paar weken bij, desnoods op papier naast de telefoon. Elke terugkerende vraag is een alinea die op je site hoort.

Kijk daarnaast eens per kwartaal in Search Console op welke zoekopdrachten mensen bij je binnenkomen. Staan daar vooral klachten, dan werkt je inhoud. Staat er vooral je eigen naam, dan word je enkel gevonden door wie je al kende. In diezelfde rapporten zie je ondertussen ook of je in AI-antwoorden opduikt.

Dat is het goedkoopste groeipad dat er is. Schrijf om de maand of twee een aandoening bij, op basis van wat je effectief hoort. Na een jaar heb je een site die geen enkele startersgids voor je had kunnen bedenken.

Een zorgverlener in witte kledij vult een formulier in aan een bureau, met twee collega's aan het werk erachter

Een realistische tijdlijn

  • Zes maanden vooraf: doelgroep bepalen, naam kiezen, domein registreren op je eigen naam.
  • Vier maanden vooraf: huisstijl, met contrasttoets. Beslissing over de conventie.
  • Twee maanden vooraf: website met de zes pagina’s hierboven. Fotomoment zodra de ruimte af is.
  • Eén maand vooraf: Google Bedrijfsprofiel volledig invullen. Vermeldingen bij je beroepsvereniging en je ziekenhuis nakijken.
  • Bij de opening: alles klopt. Uren, telefoonnummer, tarieven, conventiestatus.
  • Eerste jaar: om de maand of twee een aandoening bijschrijven, op basis van de vragen die je effectief krijgt.

Zet je site online voor je opengaat, niet erna. Niet omdat een zoekmachine tijd nodig heeft, maar omdat verwijzers en patiënten vooraf willen kunnen kijken.

Twee valkuilen bij het starten

Te veel geld in vorm, te weinig in inhoud. Een verzorgd logo brengt geen patiënt binnen die je nog niet kent. Zes pagina’s die echt iets uitleggen, doen meer dan een prachtige site met drie zinnen.

Alles uitbesteden zonder na te lezen. Je naam staat onder de medische teksten, dus jij bent verantwoordelijk. Zet die naam, je specialisme en de datum van je nalezing ook zichtbaar op de pagina. Dat is het sterkste vertrouwenssignaal dat een starter kan geven.

Wat het kost

De uitgaven vallen uiteen in drie soorten. Een eenmalige kost voor huisstijl en website. Een kleine vaste kost voor domeinnaam en hosting. En een keuze of je inhoud en opvolging uitbesteedt of zelf doet.

De omvang hangt af van drie dingen:

  • of je alleen start of met meerdere artsen;
  • hoeveel aandoeningen je meteen uitwerkt;
  • of er nog beeldmateriaal gemaakt moet worden.

Eén waarschuwing over besparen. Een site die de deontologie of de privacywetgeving niet respecteert, kost je achteraf meer dan wat je vooraf uitspaarde.

Veelgestelde vragen

Op wiens naam zet ik mijn domeinnaam?

Op naam van jezelf of van je praktijk, nooit op naam van je bureau. Anders ben je bij een verhuis afhankelijk van de medewerking van je leverancier.

Mag ik patiënten vragen om een review te schrijven?

Nee. De Orde vraagt uitdrukkelijk dat een arts zijn patiënten niet aanmoedigt om hem op zulke platformen te beoordelen. Reviews die iemand spontaan achterlaat, staan buiten je site. Bouw je vertrouwen liever op via inhoud die je zelf beheert.

Heb ik meteen aandoeningspagina’s nodig?

Drie tot vijf zijn bij de start al zinvol. Daarmee word je gevonden door mensen die je naam nog niet kennen, en je patiënt kan je uitleg nalezen als het gesprek voorbij is.

Wat als ik in een groepspraktijk start?

Elke arts krijgt dan een eigen profiel in hetzelfde sjabloon: foto, subspecialisatie, locaties en raadplegingsmomenten. Zo leest de site als één geheel in plaats van als losse eilandjes.

Moet ik mijn conventiestatus op mijn site zetten?

Je patiënt hoort te weten of je geconventioneerd bent voor hij op consult komt. Je site is daar de logische plek voor, samen met je tarieven en wat iemand moet meebrengen.

Kan ik dit allemaal zelf?

Je domeinnaam, je Google Bedrijfsprofiel en je praktische informatie beheer je perfect zelf. Voor de technische basis, de structuur en de gestructureerde data schakel je meestal iemand in.

Portret van dr. Wout Goos

Over de auteur

Wout is arts-specialist in opleiding orthopedische chirurgie in UZ Leuven, en oprichter van Zorg Voor Digitaal. Hier schrijft hij voor collega's over online zichtbaarheid. Dezelfde regels gelden voor zijn eigen naam, dus hij weet waar ze knellen.

Nagelezen op 8 augustus 2026

Meer over Wout

Zelf aan de slag met je zichtbaarheid

Een gesprek van twintig minuten volstaat om te weten waar bij jou de winst zit.