Deel 1 van 5
Wat je mag
Wat artikel 37 letterlijk toelaat
Artikel 37 laat toe dat een arts zijn medische activiteit kenbaar maakt aan het publiek. Dat is een recht, geen gedoogde uitzondering.
De wetgeving is die richting ook uitgegaan. De Kwaliteitswet verving het woord “reclame” door “praktijkinformatie”, wat de toon van het hele debat verschoof.
Het hard recht wijst dezelfde kant op. Het Europees Hof van Justitie noemde een algemeen en absoluut reclameverbod voor zorgberoepen strijdig met het Europees recht. Beperkingen op de vorm en de inhoud mogen wel. Het Hof van Cassatie had artsen daarvoor al ondernemingen genoemd.
Er is dus een perceptiekloof. Veel artsen denken dat ze zo goed als niets mogen. In werkelijkheid mag je uitleggen wat je doet, hoe je het doet en voor wie.
De zeven criteria waaraan je informatie moet voldoen
De Orde legt zeven eisen op aan praktijkinformatie. Ze moet waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet, duidelijk en wetenschappelijk onderbouwd zijn.
Lees die lijst eens als een kwaliteitsnorm in plaats van als een verbod. Een tekst die een arts heeft nagelezen, staat wetenschappelijk sterker. Een tekst in heldere taal is duidelijk. Een pagina die uitlegt in plaats van belooft, is objectief.
Zo bekeken beschrijven die zeven criteria gewoon goede patiënteninformatie.

Deel 2 van 5
Wat niet mag
Wat verboden is
De commentaar bij artikel 37 somt op wat niet kan. Daar valt niet over te onderhandelen.
Misleidende publiciteit. Een belofte over de afloop van een behandeling hoort daarbij. Je mag wel uitleggen wat een ingreep doet en wat er kan misgaan.
Getuigenissen van patiënten publiceren. Geen testimonials op je site, geen patiëntenquotes in video, ook niet met uitdrukkelijke toestemming.
Vergelijkende honorariatarieven. Je tarieven naast die van een collega zetten, mag niet.
Ronselen en aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen. De toon maakt hier het verschil. Uitleg die overgaat in aansporing, glijdt van informatie naar reclame.
Gegevens die onder het beroepsgeheim vallen. Denk eraan dat een geanonimiseerd geval in een kleine gemeente alsnog herkenbaar is.
Bezoekers identificeren of profileren buiten hun medeweten. Dat raakt je statistieken, je advertentiepixels en je remarketing rechtstreeks.
Ook commerciële promotie van geneesmiddelen of gezondheidszorgproducten valt eronder. Indirecte promotie telt trouwens mee. Steun je een initiatief financieel, dan doet het er niet toe dat promotie niet je hoofdreden was.
Wat het RIZIV daarbovenop verbiedt
Twee verboden zijn minder bekend en worden het vaakst overtreden.
Je mag nooit “gratis” vermelden bij een geneeskundige verstrekking. En je mag in je publiciteit niet verwijzen naar de tegemoetkoming van de ziekteverzekering in de kostprijs.
Er staan twee verplichtingen tegenover. Je conventiestatus vermelden is verplicht, of je nu volledig, gedeeltelijk of niet geconventioneerd bent. En je praktijkinformatie vermeldt je bijzondere beroepstitels. Over bijkomende opleidingen zonder eigen titel mag je ook informeren.
Die conventiestatus wordt op praktijksites structureel vergeten.
Deel 3 van 5
Waar de grens loopt
Waar de grens precies loopt
Het onderscheid tussen informeren en aanprijzen wordt concreet zodra je zinnen naast elkaar legt.
| Dit mag niet | Dit mag wel |
|---|---|
| “De beste knieprothese van de regio” | “Wij plaatsen knieprothesen volgens deze techniek” |
| “Sneller herstel dan elders” | “Dit zijn de fasen van het herstel” |
| “Onze patiënten zijn allemaal tevreden” | “Dit mag je voor en na de ingreep verwachten” |
| “Gratis eerste raadpleging” | “Dit houdt een eerste raadpleging in” |
| “Wordt volledig terugbetaald” | “Vraag je mutualiteit na wat op jou van toepassing is” |
Het patroon is telkens hetzelfde. De verboden variant gaat over jou en belooft iets. De toegelaten variant gaat over de patiënt en beschrijft iets.
Wat je concreet wel mag publiceren
Deze lijst is ruimer dan de meeste artsen vermoeden. Alles hieronder is toegelaten, mits het aan de zeven criteria voldoet:
- Uitleg over aandoeningen, symptomen, onderzoeken en behandelingen.
- De voorbereiding op een ingreep en het verloop van het herstel.
- Wanneer een patiënt contact opneemt, en met welke signalen.
- Je opleiding, erkenning en subspecialisatie, met je RIZIV-nummer erbij.
- Praktische informatie: locaties, raadplegingsmomenten, bereikbaarheid, conventiestatus.
- Hoe een traject bij jou verloopt, van eerste raadpleging tot laatste controle.
- Je wetenschappelijke activiteit, publicaties en lidmaatschappen.
- Informatie voor verwijzers over wat je doet en hoe je bereikbaar bent.
Dat is genoeg materiaal voor een volledige website. De beperking zit niet in wat je mag zeggen, maar in hoe je het zegt.
Eén aanbeveling die geen verplichting is maar wel verstandig: zet onder elke medisch-inhoudelijke pagina wie ze nagelezen heeft, met naam, specialisme en datum. Dat maakt je informatie verifieerbaar, en verifieerbaarheid is een van de zeven criteria.

Waarom Nederlands advies hier botst
Dit is de val waar generieke bureaus in trappen, en ze doen het te goeder trouw.
Nederlands advies over zorgmarketing beveelt patiëntervaringsverhalen uitdrukkelijk aan. Het is daar een standaardtechniek. In België is het een deontologische fout, en het is de arts die daarop aangesproken wordt.
Neem dus geen enkele checklist over die niet expliciet voor de Belgische markt geschreven is. De sector lijkt op elkaar, de regels niet.
Wil je weten of je eigen site binnen de lijnen blijft?
Reviews: het lastigste hoofdstuk
Reviews vragen een genuanceerd antwoord, en de meeste gidsen geven er geen.
Getuigenissen op je eigen site publiceren mag niet. Over het uitlokken van reviews is de Orde even duidelijk. Een arts moedigt zijn patiënten niet aan om hem op zulke platformen te beoordelen. Dat is dus geen grijze zone.
Reviews die iemand uit zichzelf achterlaat, staan buiten je site en buiten je controle. Reageren mag wel, professioneel en algemeen. Bevestig of ontken daarbij nooit dat iemand je patiënt is.
Wil je toch het vertrouwen dat een verhaal oproept? Dan blijven drie routes over: je eigen kijk als arts, geanonimiseerde casuïstiek, en beeld met volledige informatie en vrije toestemming.
Reken reviews met andere woorden niet als motor van je zichtbaarheid. Bouw je vertrouwen op via inhoud die je zelf beheert en zelf kan verantwoorden.
Op deze site
Deel 4 van 5
Wie verantwoordelijk is
Je blijft verantwoordelijk voor wat een derde publiceert
Dit punt wordt zelden uitgelegd en het is het belangrijkste van dit artikel.
Publiceert je marketingbureau iets dat de regels schendt, dan is dat jouw probleem. Artikel 37 vraagt zelfs dat je je verzet tegen publiciteit van derden die niet in orde is. Stilzwijgen is geen neutrale houding.
Daarom is de kennis van je bureau geen comfort maar een risico dat je zelf draagt.
Waar praktijksites het vaakst tegen de regels aanlopen
Vijf dingen komen op praktijksites het vaakst terug.
Reviews of testimonials op de eigen site, vaak overgenomen van Google en netjes in een kader gezet. Bedoeld als vertrouwenssignaal, maar het is een getuigenis.
Het woord “gratis” bij een eerste raadpleging of een intakegesprek. Dat is een RIZIV-verbod, niet enkel een deontologische kwestie.
Een ontbrekende conventiestatus. De verplichte vermelding bij uitstek, en ze staat op veel sites gewoon nergens.
Superlatieven in koppen. “De beste”, “de meest ervaren”, “toonaangevend”. Vaak door een bureau geschreven zonder kwade bedoeling.
Remarketingpixels die bezoekers volgen zonder dat het gemeld wordt. Op een zorgsite is dat zowel een privacykwestie als een deontologische.
Loop die vijf eens af op je eigen site. Het vangt het meeste risico af.
De grijze zone, en wat je eraan doet
Er is geen lijst die je vooraf zekerheid geeft. De beoordeling gebeurt geval per geval door de provinciale raad, en dat is een bewuste keuze van de Orde.
Twijfel je over een concrete formulering, dan kan je voorafgaand advies vragen. Dat is vrijblijvend en het haalt het risico weg. Voor een campagne of een nieuwe website waar je onzeker over bent, is dat de goedkoopste gemoedsrust die er bestaat.
Vraag dat advies aan de Orde, niet aan je marketingbureau. Een bureau kan je vertellen wat gebruikelijk is. Alleen de Orde kan je vertellen wat toegelaten is.
Deel 5 van 5
In de praktijk
Wat dit betekent voor je sociale media
De regels stoppen niet bij je website. De wet omschrijft praktijkinformatie los van de plaats, de drager en de techniek. Alles wat je onder je naam als arts publiceert, valt dus onder hetzelfde kader.
Een bericht dat een aandoening uitlegt, is informatie. Een bericht dat oproept om snel te boeken zolang er plaats is, is aansporing. Het verschil zit in wie centraal staat: de patiënt of je agenda.
Let apart op wat je deelt. Een tevreden bericht van een patiënt doorsturen op je eigen kanaal, is dat bericht publiceren. Het feit dat iemand anders het schreef, maakt het geen minder getuigenis.
Wees ook voorzichtig met beeld van patiënten. Dat kan enkel met volledige informatie vooraf, vrije toestemming en respect voor de privacy. Twijfel je, doe het dan niet.
Wat wel goed werkt: uitleg over een ingreep, wat een onderzoek inhoudt, hoe een herstel verloopt, en informatie voor verwijzers.

Voor esthetische geneeskunde gelden strengere regels
Wie esthetische ingrepen aanbiedt, valt onder een eigen wet uit 2013. Reclame blijft daar grotendeels verboden, en de ruimte om te communiceren is dus veel kleiner.
Werk je in dat domein, ga dan niet af op algemene artikels zoals dit. Laat je specifiek adviseren.
Datzelfde geldt voor niet-artsen die medische of paramedische zorg aanbieden. De Code van medische deontologie geldt voor artsen. Andere beroepsgroepen hebben hun eigen kader, en de wetgeving over publiciteit reikt verder dan de Orde alleen.
Waarom deze regels eerder een gracht zijn dan een rem
Tot slot het punt dat artsen het meest verrast.
Wat verboden is, is precies wat generieke bureaus standaard doen: testimonials, superlatieven en resultaatbeloftes. Een bureau dat de regels niet kent, levert je dus werk dat je niet kan gebruiken.
Wat overblijft, blijkt bovendien het best te werken. Een pagina die een aandoening goed uitlegt, scoort in zoekmachines en bouwt vertrouwen op. En AI-antwoordmachines citeren precies wat de deontologie van je vraagt: feitelijk, onderbouwd en controleerbaar.
De deontologie duwt je met andere woorden richting patiënteneducatie. Dat is toevallig ook de enige marketingvorm die op lange termijn rendeert.
Veelgestelde vragen
Mag een arts in België reclame maken?
Een arts mag zijn medische activiteit kenbaar maken, maar niet aanprijzen. Artikel 37 van de Code van medische deontologie staat informatieve communicatie uitdrukkelijk toe, mits ze waarheidsgetrouw, objectief en verifieerbaar is.
Mag ik patiëntgetuigenissen op mijn website zetten?
Patiëntgetuigenissen publiceren is voor artsen verboden, ook met uitdrukkelijke toestemming. Dat verbod geldt voor tekst, beeld en video. Geanonimiseerde uitleg over een behandeling mag wel.
Mag ik patiënten om een review vragen?
Nee. De Orde vraagt uitdrukkelijk dat een arts zijn patiënten niet aanmoedigt om hem op zulke platformen te beoordelen. Reageren op wat er staat mag wel, professioneel en zonder ooit patiëntinfo te bevestigen.
Mag ik mijn tarieven op mijn website zetten?
Je conventiestatus vermelden is zelfs verplicht. Wat niet mag, is honoraria van collega’s vergelijken, “gratis” vermelden bij een verstrekking, of verwijzen naar de tegemoetkoming van de ziekteverzekering.
Mag ik adverteren op Google of sociale media?
Betaalde advertenties zijn niet per definitie verboden, maar de inhoud moet aan dezelfde zeven criteria voldoen. Let extra op profilering en remarketing, want bezoekers volgen buiten hun medeweten mag niet.
Wie is verantwoordelijk als mijn bureau de regels overtreedt?
De arts blijft verantwoordelijk voor publiciteit die in zijn naam verschijnt. Je hoort je zelfs actief te verzetten tegen publicaties door derden die de regels schenden.
Waar vraag ik advies als ik twijfel?
Voorafgaand advies vraag je vrijblijvend aan de provinciale raad van de Orde der artsen. De beoordeling gebeurt geval per geval, dus een algemeen artikel vervangt dat advies niet.

Over de auteur
Wout is arts-specialist in opleiding orthopedische chirurgie in UZ Leuven, en oprichter van Zorg Voor Digitaal. Hier schrijft hij voor collega's over online zichtbaarheid. Dezelfde regels gelden voor zijn eigen naam, dus hij weet waar ze knellen.
Nagelezen op 8 augustus 2026
Zelf aan de slag met je zichtbaarheid
Een gesprek van twintig minuten volstaat om te weten waar bij jou de winst zit.


